maandag 7 augustus 2017, 10:02

’Was ik toch maar meegereisd’

© Hollandse Hoogte

Ik zie altijd beren op de weg. Geen uitje naar het strand zonder dat ik van tevoren alle rampscenario’s heb doorgenomen: eindeloze files, geen parkeergelegenheid, kwallen, een zonnesteek. Nico zag nooit problemen. We volgden dezelfde vakopleiding en werden goede vrienden, waarschijnlijk juist omdat we allebei zo anders waren. In ons laatste jaar vatten we het plan op om na ons afstuderen door Zuid-Amerika te trekken.

Ik vatte dat bloedserieus op. Ik deed een snelcursus Spaans en zat uren in de bibliotheek om me in landen te verdiepen, een lange lijst van bezienswaardigheden te maken en mogelijke routes uit te stippelen. Niek zei: „We zien wel waar het schip strandt.”

We hadden er ongelooflijk veel zin in en stonden op het punt de tickets te boeken toen het bedrijf waar ik stage had gelopen, me een mooie baan aanbood. Ze wilden niet wachten tot ik terug was van de reis. Ik kon het gewoon niet afslaan. Niek zei: „Jammer, maar dan ga ik in m’n eentje.”

We zwaaiden hem uit op Schiphol. Ik zie hem nog voor me: gewapend met tien woorden Spaans en een rugzak die z’n langste tijd had gehad. Maar met een grijns van oor tot oor.

Nieks zus vertelde na een maand dat hij in Brazilië was beland. Typisch Niek: hij sprak geen woord Portugees. Ik bewonderde hem dat hij dat avontuur aandurfde, maar ik ging helemaal op in mijn nieuwe job.

Een tijd later kreeg ik een verontrustend telefoontje: Nieks zus had al enkele weken niets meer van hem vernomen en op de dag dat hij zou terugkomen, zat hij niet in het vliegtuig. Waar was hij?! Instanties werd ingeschakeld. Maar het was ondoenlijk om er zelfs maar achter te komen waar Niek het laatst was gezien. Volgens zijn zus zou hij naar Uruguay gaan, maar hem kennende kon dat van de ene op de andere dag veranderen. Die onzekerheid was vreselijk. Internet bestond nog niet en Nieks familie zag niets in de media.

Een enkeling beweerde: „Hij is vast een leuke dame tegengekomen. Hij komt heus wel weer terug.” Wij waren verbijsterd over zoveel ongevoeligheid. Niek was hecht met zijn familie en al was hij een beetje een flierefluiter, hij zou altijd contact met zijn zus houden. Hij was weg en bleef weg. Al hebben we dat nooit officieel bevestigd gekregen: hij leeft niet meer, dat kan niet anders.

Ik had enorme spijt dat ik die baan had aangenomen. Want hoe anders had het kunnen lopen? Met z’n tweeën ben je immers minder kwetsbaar. Zonder mij was Niek reddeloos geweest, dacht ik. Waren we in een gevaarlijke situatie terechtgekomen, dan had ik mijn Spaans in de strijd kunnen werpen. Wilde Niek onvoorbereid aan een bergwandeling beginnen of ’s avonds laat in een ongure buurt struinen, dan had ik hem er vanaf kunnen houden.

Jarenlang kampte ik met een schuldgevoel, maar uiteindelijk leerde ik om het leven wat minder zwaar te nemen.

Toch pieker ik de laatste tijd weer veel. Mijn aanstaande pensioen, mijn zoon die is weggereorganiseerd, de toekomst van mijn kleinkinderen in deze verziekte wereld. Dan denk ik met weemoed terug aan Niek. Ik weet precies wat hij zou zeggen: „Maak je niet zo’n zorgen, joh.”

 

In deze rubriek vertellen lezers waarvan ze spijt hebben. Wilt u ook (anoniem) kwijt wat u anders zou hebben gedaan? Mail uw verhaal, 550 woorden, naar vrij@telegraaf.nl

Lees ook:

’Net een slechte soapserie’

’Te laf voor confrontatie’

'Die laatste diefstal was te erg'

’Het werk ging altijd voor’

’Veel te snel geoordeeld’

’Ik was één keer te vaak te laat’

’Ik trapte in zijn zielige verhalen’

Meer artikelen in Vrij

Eerste keer alleen op de fiets
1 dag geleden
Ooit weleens een (aansluitende) vlucht gemist?
1 dag geleden
Ingezonden lezersfoto's (deel 2)
1 dag geleden
Ingezonden lezersfoto's
2 dagen geleden
Lowlands regenachtig van start
2 dagen geleden
VRIJ treint door Ierland
2 dagen geleden
Ga mee naar Moskou & Sint-Petersburg!
2 dagen geleden
’Broodje poep’ op strand Barcelona
2 dagen geleden
Wereldreis per zeilschip bijna ten einde
3 dagen geleden
Slangenkuil? Liever paling
15 uur geleden